Tijdens een lezing in de bibliotheek in De Lier raakte ik in gesprek met een meneer Van der Wel. Het bleek de zoon te zijn van ‘Bolle Niek’. Hij had zelfs een document van de Landelijke Knokploegen (LKP) meegenomen, inclusief persoonsgegevens en pasfoto. Het ging om een naoorlogse lidmaatschapskaart van de LKP. Alleen de mensen die zich tijdens de bezetting hadden ingezet voor de LKP ontvingen zo’n kaart. Na de gezellige en informatieve avond wisselden we contactgegevens uit, wat leidde tot een afspraak op een donderdagmiddag halverwege de maand januari.

Die middag parkeerde ik mijn auto nabij de voetbalvelden van VV Lyra. Vervolgens wandelde ik naar het huis van Gerrit en Caroline van der Wel. Daar werd ik door hen hartelijk ontvangen. Onder het genot van een kop koffie vertelden Gerrit en Caroline over het leven van hun (schoon)vader. Zij bevestigden het beeld dat onder veel oud-verzetsleden bekend is: ‘zien, horen en zwijgen.’ Slechts op een zeldzaam moment tilde ‘Bolle Niek’ een tipje van de sluier op, maar verder vertelde hij zijn drie kinderen vrijwel niets. En wanneer ze ernaar vroegen, antwoordde hij altijd tegen hen: ‘Je gaat het nooit begrijpen‘. Dat was voor de vader van Gerrit, ‘Bolle Niek’, een belangrijke reden om over zijn verzetsverleden te zwijgen.
Na de bezettingsjaren bleven de onderlinge contacten tussen de vele betrokkenen uit de knokploeg Westland goed. Dat gold ook voor de onderlinge relatie tussen de vader van Gerrit, ‘Bolle Niek’, en ‘Lange Siem’. Ze waren goede vrienden en kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer. ‘Lange Siem’ en zijn latere vrouw werden door de kinderen van het gezin aangesproken met oom Siem en tante Zus. Voor de kinderen voelden zij als familie. Iets wat Gerrit zich nog goed herinnert, is dat hij met regelmaat een nieuwe politiepet kreeg van oom Siem. Niet vreemd, want hij werkte toentertijd bij de politie in Den Haag. Zelf woonden oom Siem en tante Zus in Loosduinen.

In ons gesprek gaf Caroline aan dat tijdens de bezetting haar schoonvader ‘Bolle Niek’ woonde in het voormalige tuinbouwgebied ‘De Nieuwe Tuinen’. Een interessant detail, want meerdere andere verzetsmensen in De Lier woonden eveneens in dit stukje Westland. Daarbij gaat het onder meer om de familie Kuyvenhoven en de familie Vermeer. Veel van deze (tuinders)families in de Nieuwe Tuinen hadden ook een gereformeerde achtergrond. De (schoon)vader van Gerrit en Caroline was bijvoorbeeld na de bevrijding jarenlang actief als ouderling in de Gereformeerde Kerk. Een ander leuk detail is dat ‘Lange Siem’ (Siem Couperus) op het hoekje van de Nieuwe Tuinen en de Cramerlaan ondergedoken zat bij mevrouw Stolk. Na de bezetting vertelde oom Siem dat hij veel bewondering had voor deze mevrouw Stolk. Zij was voor de duvel niet bang. Ook niet wanneer de Duitsers of de Landwacht bij haar thuis op zoek gingen naar onderduikers, wat tijdens de bezettingsjaren regelmatig gebeurde.
Gerrit is nog steeds in het bezit van verschillende documenten over het (gewapend) verzet en de bezetting, waaronder een minder bekend document. Daarin vertelt ‘Lange Siem’ over zijn belevenissen in een politieblad VGHP-Journaal. Hieruit blijkt dat in dit blad meerdere (oud)-agenten hun verhaal deelden over bepaalde gebeurtenissen en situaties tijdens de bezetting als betrokkene bij het (gewapend) verzet. Vaak deden ze dat anoniem en meestal na de nodige bedenktijd.

Een passage uit dit artikel laat goed zien wat de impact was van hun persoonlijke herinneringen aan hun verzetsverleden: ‘Omdat hij zo bewogen was geraakt over de inhoud van mijn artikelen in ons Journaal, wilde hij op zijn levensavond na meer dan 60 jaren toch nog eens teruggaan naar de plek bij Gouda waar hij tijdens transport als LKP gevangene naar Duitsland uit de rijdende trein was gesprongen en toch behouden was gebleven. Wat hij op die plek visionair zal beleven is, denk ik, moeilijk in woorden weer te geven: tranen, rillingen, dankbaarheid voor gekregen moed en kracht naar kruis? … Dergelijke voornemens en te beleven emoties vormen m.i. een belangrijk signaal dat wij niet alleen serieus moeten nemen, maar ook steeds weer moeten vastleggen., want de wrede geschiedenis uit de oorlog 1940-1945 is nog lang niet genoeg voor het nageslacht vastgelegd.‘
Bovenstaande toelichting uit het betreffend Journaal onderstreept de meerwaarde van een boek als Gezichten achter het verzet. Ook Gerrit en Caroline kregen hierdoor een beter beeld van hetgeen hun (schoon)vader en andere ooms en tantes tijdens de bezetting hadden meegemaakt. Een onderwerp waar ze volhardend of hardnekkig over bleven zwijgen. Niet voor niets benadrukten het echtpaar Van der Ende dat in hun contacten met oud-leden van het verzet één van hen bevestigde dat van hun groep van twaalf oud-verzetsleden uiteindelijk zes mensen zelfmoord hadden gepleegd. Een veelzeggend aantal.

