De vergeten helden

Cordon sanitaire: een historische en politieke terugblik door Koen Vossen

Eindelijk was het zover. Een afspraak met historicus en universitair docent politicologie Koen Vossen. Nadat we eerdere afspraken moesten verzetten vanwege sneeuwval, ijzel en gladde wegen kwam het er eindelijk van. We ontmoeten elkaar bij het ‘Landhuis in de stad’, een eetgelegenheid midden in het centrum van Utrecht. Rond de klok van half twee zitten we aan een tafeltje en genieten we van onze van onze kop koffie. Maar waarom wil ik Koen Vossen interviewen?

Nadat we een slok hebben genomen en even over koetjes en kalfjes praten, vertel ik kort over de opzet achter ons gesprek. Het verkrijgen van meer inzicht krijgen op een politiek begrip en instrument als cordon sanitaire. Maar wat is de betekenis hiervan? Kort samengevat: het bewust buitensluiten van bepaalde politieke partijen om te komen tot enige vorm van politieke en bestuurlijke samenwerking.

Maar eerst een kort antwoord op de vraag: wie is Koen Vossen? Hij is historicus en promoveerde op het onderwerp over kleine politieke partijen in de periode 1918-1940. Dit onderzoek is ook bekend onder de titel Vrij vissen in het Vondelpark. Verder schreef hij meerdere artikelen over rechts-populisme, een boek over de PVV als ook een verscheidenheid aan artikelen voor de Groen Amsterdammer en Historisch Nieuwsblad. Verder werkt hij als universitair docent politicologie. Koen Vossen geeft onder meer de colleges het schrijven van masterscripties over geschiedenis en actualiteit en politiek en parlement. Ook over een thema als Nederlandse politiek in vergelijkend perspectief.

In ons gesprek kijken we meer naar de historische ontwikkelingen van de term cordon sanitair. Een begrip die de ouderen onder ons kennen van onze zuiderburen. In de jaren tachtig en negentig bestond er de partij Vlaams Blok. Een rechts-populistisch georiënteerde partij met stevige wortels in het Nederlandstalig deel van België. Deze partij stond in die tijd onder leiding van Filips de Winter. Toch kent ons eigen land ook meerdere voorbeelden van het buitensluiten van bepaalde politieke partijen. Het meest bekende voorbeeld is met betrekking tot de Centrumpartij van Hans Janmaat. Hij en zijn partij werden in die tijd tot in het extreme bewust genegeerd door de Nederlandse politiek en het Haagse Binnenhof. Maar dat gold deels ook voor de media.

Koen Vossen maakt duidelijk dat een term als cordon sanitair veel zegt over de heersende politiek cultuur in een land. Het feit dat politieke partijen als FvD en PVV in mindere mate buitenspel worden gezet is dus een duidelijk signaal. Aan de andere kant, sinds de komst van een politicus als Pim Fortuyn, zijn partij Lijst Fortuyn en zijn dodelijke moordaanslag zie je dat veel meer mensen zich niet gebonden voelen aan de heersende politieke cultuur. In dat opzicht treedt er een verscherping op in het politiek klimaat. Niet vreemd, zeker niet wanneer je kijkt naar de groei van het aantal politieke partijen aan de rechterkant van ons politiek bestel.

Hetzelfde geldt min of meer ook voor onze maatschappij. Natuurlijk speelt het gebruik van social media hierin een belangrijke rol. Toch kan dit niet los worden gekoppeld van hetgeen gebeurt op het schaakbord van de Nederlandse politiek. Maar eerlijkheidshalve is het wel zo fair om aan te geven dat het buitensluiten van politieke partijen eigenlijk al kort na de Eerste Wereldoorlog plaatsvond. Na de oproep tot revolutie in Nederland door de politieke leider van de SDAP, de heer Troelstra, zagen velen deze partij als een revolutionair bolwerk. Pas eind jaren dertig van de vorige eeuw vond er weer enige aansluiting tussen de SDAP en het merendeel van de overige partijen.

In diezelfde periode, de jaren dertig, werd een andere politieke partij behandeld als een paria: de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert. Via de landelijke politiek besloot de meerderheid van de Tweede Kamer om enkele maatregelen te treffen tegen de NSB, waaronder het uniformverbod en het ambtenarenverbod. Na de jaren ’40-’45 kwam de Communistische Partij Nederland (CPN) min of meer onder curatele als gevolg van de hoogoplopende spanningen tussen het Oosten en het Westen. In de jaren zeventig zie je dat voor partijen aan de rechterflank te maken krijgen met de Nederlandse politieke cultuur van buitensluiten, waaronder de Nederlandse VolksUnie (NVU) en de eerder genoemde partij van Janmaat, de Centrumpartij (CP).

Hoewel een dergelijke houding en werkwijze niet formeel is geregeld binnen de Nederlandse politiek, geeft de politieke partijen daarmee wel een bepaald signaal af. In de jaren dertig was het ‘not done’ om op te komen voor deelbelangen voor bepaalde groepen in de samenleving. In die tijd gold het algemeen belang als leidraad in het bedrijven van politiek. Kortom, belangenpartijen waren niet geliefd binnen de verzuilde Nederlandse samenleving.

Nog steeds geldt deze gedachte als een soort van stelregel binnen de Nederlandse politiek. Toch zie je de laatste decennia, na meerdere moord- en terreuraanslagen door radicale moslims, een verscherping plaatsvinden. Niet alleen in het politiek debat, maar ook binnen de samenleving. Kijk naar de komst van meerdere nieuwe partijen. Denk aan de Partij voor Dieren, een partij als 50+, een partij als DENK en de BoerBurgerBeweging (BBB). Het is allemaal minder principieel geworden. De beginselpartijen zoals je die sterk vertegenwoordigd zag in de jaren dertig en de eerste decennia na de bezetting, zijn steeds minder dominant, zowel qua omvang als zetels.

Wat je vandaag de dag vooral ziet zijn toch de protestbewegingen, in verschillende gedaanten. Denk hierbij aan de lokale verkiezingen en de opkomst van het grote aantal lokale partijen. Zeker in relatie tot een thema als het aantal asielzoekers, statushouders, woningnood, asielbeleid en de vele azc’s die als paddenstoelen uit de grond schieten. Voor steeds meer mensen geldt dat ze lokaal stemmen vanuit grote onvrede met het huidig politiek beleid en klimaat. Denk eens aan de Provinciale verkiezingen van enkele jaren geleden.  De BBB won in iedere provincie. Dat was ooit onvoorstelbaar. Denk ook eens aan FvD. Eveneens een partij die enorme aantallen stemmen wist te behalen bij gelijksoortige verkiezingen.

In het verlengde hiervan leidt het buitensluiten ook tot grotere onvrede onder de kiezers. Al jaren behaalt de PVV grote aantallen stemmen en zetels, maar geen enkele landelijke politieke partij wilde met hen in zee. Dat kwam niet alleen vanwege haar gebrek aan goede en ervaren bestuurders. Het is nog steeds vreemd dat oud-leden van de PVV blijkbaar moeilijk een nieuwe baan vinden. Dit heeft mede te maken met het gegeven dat in de ogen van de maatschappelijke elite er een smet rust op een partij als de PVV. Hetzelfde dat nu sterk geldt voor FvD. Alleen, zoals terecht wordt opgemerkt, is deze partij niet verboden door de rechter. Dat ze scherp is in haar visie, in haar kijk op de samenleving, meerdere leden en kandidaten lid waren of zijn van rechts-radicale partijen moet daar nites aan afdoen. We leven in een democratie. Alleen, wat geldt zwaarder? Wat is van groter belang? De stem van de kiezer of de bescherming van de democratie zoals betoogd wordt door meerdere politieke partijen? Of proberen zij wanhopig hun eigen belang te beschermen onder de noemer van inclusiviteit.

Deel dit bericht:

Overige berichten