In de serie ‘De gezichten achter de KP WL’ worden dit keer verschillende (bekende) gebeurtenissen en personen kort beschreven en toegelicht. Zoals u eerder kon lezen, verloor Frits Vogel als deelnemer van de LO en KP Westland begin augustus 1944 zijn leven. Samen met 22 andere verspreiders van de illegale krant Trouw fusilleerden de Duitsers hen op 9 en 10 augustus in kamp Vught. Kort daarop raakten verschillende leden van de KP Vlaardingen/Westland (in)direct betrokken bij allerlei gebeurtenissen, zoals de eerste wapendropping in Nederland, de liquidatie van een NSB-er uit Vlaardingen (met ernstige gevolgen voor enkele Westlanders), de dood van ‘Bertus (kopstuk binnen de LKP)’, de vorming van de Binnenlandse Strijdkrachten , Dolle Dinsdag en de totstandkoming van de knokploeg Westland/Rotterdam. Maar wat hielden deze gebeurtenissen in en welke leden van de knokploeg Vlaardingen/Westland waren hierbij betrokken?

Liquidaties
Allereerst de liquidatie van Vlaardingse NSB-er Jan Willem Stuit, als leidinggevende werkzaam op het Arbeidsbureau in Naaldwijk. Het omleggen van deze fanatieke NSB-lid op een zonnige zomerse dag, donderdag 17 augustus 1944, had grote impact, vooral voor het Westland en in het bijzonder voor de families Valstar en Voskamp. De SD in Rotterdam vermoedde destijds dat de KP Rotterdam hiervoor verantwoordelijk was. Dit leidde tot een vergeldingsactie onder de noemer ”Aktion Silbertanne’ en vervolgens tot de moord op de heren Valstar en Voskamp. Eerstgenoemde was de vader van de LKP-kopstuk ‘Bertus’, die op dat moment al een tijd in kamp Vught gevangen zat.
Behalve de onverwachte dood van Valstar sr had de familie Valstar goede hoop dat ‘Bertus’ spoedig zou vrijkomen. Niet vanwege de contacten en de positie van zijn vader Fulps Vincentius Valstar. Integendeel, maar vanwege de inzet van hun zoon en broertje Cornelis Valstar. Via allerlei contacten was hij druk bezig om een belangrijke SD-kopstuk een groot bedrag aan ‘smeergeld’ te overhandigen om ‘Bertus’ vrij te krijgen. Helaas liep dit mis door onderlinge intriges en machtspelletjes tussen enkele hoge Duitse SD-officieren.

Eerste wapendropping
Ondanks deze pijnlijke en trieste gebeurtenis bleef de knokploeg functioneren en doorgaan met hun activiteiten. Een andere oudgediende binnen de knokploeg Westland, P.W. Hordijk, beter bekend onder de schuilnaam ‘Peter Noord’, was ondertussen druk bezig met de voorbereidingen van de eerste wapendropping in Nederland. Deze dropping zou eind augustus plaatsvinden. Hij moest dan ook een hoop regelen, plannen en afspraken maken. Dit betrof niet alleen het organiseren van een ‘ontvangstcomité’, maar ook het vervoer van een grote hoeveelheid wapens, explosieven en ander materiaal. Daarbij moesten alle betrokkenen veilig en wel op de ontmoetingsplek arriveren op de ontmoetingsplek en later weer veilig ’thuiskomen’.
Wapentransport
Het zal u als lezer niet verbazen dat deze actie met de nodige hobbels en stoten plaatsvond, zoals het moeten wijzigen van de locatie en het vervoer van de grote hoeveelheid wapens. Deze werden eerst via de droppings-locatie overgebracht naar Apeldoorn, waarna een groot deel van de lading naar Rotterdam werd overgebracht. Bij deze laatstgenoemde en gewaagde activiteit was niet alleen Peter Noord betrokken, maar ook een ander persoon uit de knokploeg Westland met de schuilnaam @@@. Beiden beleefden hachelijke en spannende momenten. Deze gebeurtenissen worden levendig beschreven in enkele boeken. Mocht u benieuwd zijn naar deze gebeurtenis, kan ik u de titels van deze boeken doorgeven.
a
Wraak op het verzet
Wat betreft de dood van ‘Bertus’, wil ik deze gebeurtenis in dit stukje laten rusten. De reden is dat deze trieste gebeurtenis al meerdere keren is beschreven, onder meer in het boeiende boek Naaldwijk 1940-1945. Maar ook in het jaarboek van 2020, uitgegeven door het Historisch Genootschap Oud-Westland onder de titel ‘Het gezin Valstar en de oorlog 1940-1945′. Naast de dood van de LKP-leider ‘Bertus’ vonden nog vele andere leden van het (gewapend) verzet de dood in kamp Vught.
Gebroeders Goedendorp
Dit gold ook voor enkele andere betrokkenen van de knokploeg Westland, zoals de gebroeders Goedendorp. De Sicherheitsdienst arresteerden beide mannen in de zomer van 1944 in Rijswijk en zij belandden uiteindelijk in kamp Vught. Ook deze twee mannen werden door de Duitsers gefusilleerd, vlak voordat kamp Vught werd ontruimd vanwege de komst van de Geallieerden. Een recent verschenen boek hierover, van de hand van de bekende historicus en journalist Ad van Liempt, onder de titel Wraak op het verzet, gaat uitgebreid in op deze wraakactie van de Duitsers.
De BS
Over de totstandkoming van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten is nog weinig aandacht aanbesteed, ook in het Westland en omstreken De aanleiding tot de vorming van de NBS, afgekort als BS (Binnenlandse Strijdkrachten), was de snelle opmars van de Geallieerden. Laatstgenoemden wilden graag het gewapend verzet betrekken bij de bevrijding van Nederland. Echter, hiervoor moesten zij behoren tot het reguliere leger.

Hooghartig
De BS kwam onder leiding te staan van Prins Bernhard en de totstandkoming had in Nederland heel wat voeten in de aarde. Dit werd mede veroorzaakt door de houding en positie van de Ordedienst. Een verzetsgroep die vooral in de jaren 1941-1942 stevige klappen moest incasseren. Niet omdat zij gevaarlijk waren vanwege gewapende aanslagen en activiteiten tegen de Duitse bezettingsmacht, maar vanwege hun sociaal-maatschappelijke en politieke houding. Bij de OD lag de focus allereerst op het behouden van de orde na de bevrijding. Oftewel, hun verzet was niet zozeer gericht tegen de Duitse bezettingsmacht, maar eerder op het behoud van de maatschappelijke orde onder leiding van het koningshuis, de parlementaire democratie en hun grote afkeer van iedere (politieke of maatschappelijke) uiting van socialisme of communisme. Kortom, de gewapende strijd tegen de Duitse bezetter werd voornamelijk gevoerd door de Landelijke Knokploegen (LKP) en de Raad van Verzet (RvV).

Onvrede
Bij de totstandkoming van de BS kregen echter veel leden van de OD leidinggevende posities binnen de nieuwe verzetsbeweging. Dit leidde tot grote onrust onder de twee andere verzetsgroepen. Het was een vreemde keuze, mede gezien het feit dat de LKP de grootste verzetsbeweging in Nederland was en het meest actief was in de strijd tegen de Duitsers. Velen vonden het ruiken naar vriendjespolitiek en het leek erop dat Londen en de regering zich al richtten op de toekomst van Nederland na de bevrijding.
Knokploeg Westland/Rotterdam
Een andere gebeurtenis, deels gerelateerd aan de vorming van de Binnenlandse Strijdkrachten, was de snelle opmars van de Geallieerden in het noorden van Frankrijk en dwars door België. Dit leidde onder andere tot de vorming van de knokploeg Westland/Rotterdam. De Geallieerden wilden de haven van Rotterdam met al haar kades en kranen en andere installaties onbeschadigd in handen krijgen. Dit gold eveneens voor de toegangswegen in en naar Rotterdam. Hierdoor had de KP Rotterdam extra mankracht nodig om haar toekomstige taken naar behoren uit te voeren. Vandaar dat zij via ‘Oom Piet’, als leider van de KP Vlaardingen/Westland, de hulp inriepen van deze knokploeg.

Betrokkenen
‘Oom Piet’ trommelde al snel een groep jonge mannen op. Deze groep BS-leden was afkomstig uit de verschillende dorpen in het Westland, waaronder De Lier, ‘s-Gravenzande, Maasland, Naaldwijk, De Lier en Wateringen. Eenieder van hen vertrok op eigen gelegenheid naar hun tijdelijk verblijfadres in Rotterdam. De nieuwe knokploeg stond onder leiding van ‘Harry’, een ondergedoken politieofficier uit Rhenen en een oude bekende van de knokploeg Westland. Hij verbleef als onderduiker een tijdje in Maasland, waarschijnlijk bij de familie Doelman.
Maastunnel
De leden van de nieuwgevormde knokploeg Westland/Rotterdam bestond uit zo’n 30 personen. Deze groep stond onder leiding van ‘Harry’ met als plaatsvervanger ‘Kanne’. Ook de later gefusilleerde KP-er ‘Daan’ behoorde tot deze groep. De samenstelling van de groep wisselde regelmatig; sommige betrokkenen vertrokken na enkele dagen of maanden, anderen bleven actief tot het einde van de bezetting. De kerntaak van deze ploeg was het bewaken en beveiligen van de Maastunnel. Gelukkig is het nooit zover gekomen dat er gevochten moest worden om de toegang tot deze belangrijke overgang tussen het noordelijke en het zuidelijke deel van Rotterdam.

